Hoe combineer je slimme fabrieken met een schone toekomst?

Digitalisering belooft hightech bedrijven efficiëntere productie, maar wat als diezelfde technologie juist meer energie vreet en nieuwe milieubelasting creëert? Masterstudent Marie-Anne de Gier (Universiteit Leiden & TU Delft) ontwikkelde een tool die voor het eerst inzichtelijk maakt hoe digitale innovaties de duurzaamheid van Nederlandse hightech fabrieken beïnvloeden. “Digitalisering is geen automatische route naar duurzaamheid”, zegt De Gier. “Maar met de juiste inzichten kan het daar wel aan bijdragen.”

Van groene projecten naar industriële dilemma’s

De Gier zag tijdens eerdere projecten hoe krachtig digitale tools kunnen zijn voor duurzaamheid. Als voorzitter van GreenTU, de green office van de TU Delft, werkte ze aan initiatieven zoals de Green Travel Map – een digitaal platform dat duurzame reisalternatieven zichtbaar maakt – en de invoering van Ecosia, een zoekmachine die advertentie-inkomsten gebruikt voor het planten van bomen. “Die projecten toonden hoe digitale technologie mensen kan helpen duurzamere keuzes te maken door informatie toegankelijk te maken en gedrag subtiel te sturen”, vertelt ze. “Die combinatie van digitaal en duurzaam wilde ik in mijn thesis verder onderzoeken.”

Tijdens haar stage bij consultancybureau Accenture stuitte ze op een complex vraagstuk. Nederlandse hightech bedrijven – denk aan producenten van chips, medische apparatuur of radarsystemen – staan voor twee enorme uitdagingen tegelijk. Ze moeten digitaliseren om innovatief te blijven én voldoen aan steeds strengere Europese duurzaamheidsregels. Het probleem? Niemand weet precies of die twee bewegingen elkaar helpen of juist tegenwerken.

Tool brengt verborgen trade-offs aan het licht

Haar onderzoek resulteerde in een beslissingsondersteunende tool die bestaat uit drie onderdelen. Eerst peilt een enquête hoe bedrijven digitale technologie inzetten voor duurzaamheid. Ook brengt deze in kaart in hoeverre ze de duurzaamheid van hun digitale infrastructuur in kaart hebben gebracht. Daarnaast vraagt de enquête naar de ESG-ambities (Environmental, Social, Governance – de drie pijlers van duurzaamheid in bedrijfscontext) van een bedrijf. Vervolgens brengt een volwassenheidsmodel – een methode om te meten hoe ver een organisatie gevorderd is in haar digitale en duurzame ontwikkeling – in kaart waar het bedrijf staat op het gebied van mensen, processen en beleid en wat het verschil is met hun ambities. Tot slot koppelt een interactief dashboard digitale technologieën aan concrete duurzaamheidsdoelen. Zo wordt duidelijk welke technologieën helpen en welke juist kunnen schaden.

Het classificeren van technologieën leverde een opvallend inzicht op. “Dezelfde technologie kan in een vroeg stadium juist extra milieubelasting veroorzaken, terwijl die pas op een hoger volwassenheidsniveau netto positief bijdraagt”, legt De Gier uit. “Neem bijvoorbeeld sensoren in een fabriek. In het begin verzamelen die alleen data, wat energie kost zonder directe besparing. Pas wanneer je die data analyseert en gebruikt voor procesoptimalisatie, levert het energiebesparing en minder materiaalverspilling op. Het draait dus om hoe volwassen je bent in het benutten van de technologie.”

Gemeenschappelijke taal tussen afdelingen

De tool werd getest door consultants en een productiebedrijf, met verrassende resultaten. “Het sterkste effect was hoe de tool afdelingen bij elkaar bracht die normaal langs elkaar heen werken”, vertelt De Gier. Een duurzaamheidsexpert van het testbedrijf verwoordde het treffend: “Als je gesprekken voert zonder het gedeelde kader dat deze tool biedt, spreek je verschillende talen. Dit creëert een gemeenschappelijke basis.”

Ook het zichtbaar maken van trade-offs verraste de testers. “Voor het eerst zagen ze de impact van digitalisering in balans: zowel de positieve als de negatieve kanten”, aldus De Gier. Manufacturing experts gaven aan dat de resultaten perfect geschikt zijn voor gesprekken met het management. “Het helpt bedrijven om duidelijk te laten zien hoe duurzaam ze bezig zijn, problemen met het milieu in hun productie op te sporen en ervoor te zorgen dat al hun locaties aan dezelfde duurzaamheidsdoelen werken.”

Van abstract beleid naar praktische keuzes

De Twin Transition – zoals de dubbele beweging van digitalisering en verduurzaming wordt genoemd – vraagt niet om méér technologie, maar om betere keuzes.

De Gier: “Investeringen in technologie blijven nu vaak losstaan van bredere duurzaamheidsdoelen. Mijn tool helpt om die twee uitdagingen te verbinden: het maakt afwegingen zichtbaar, brengt versnipperde initiatieven samen en geeft richting aan digitale investeringen.”

Toekomstbeeld: geïntegreerd werken

Over vijf jaar hoopt De Gier dat alle Nederlandse hightech bedrijven digitaliseringskeuzes bewust en integraal maken. “Dan spreken sustainability-teams en engineering-teams dezelfde taal, worden investeringen in digitalisering getoetst aan ESG-doelen, en voorkomen bedrijven dat ‘slimme’ technologie onbedoeld nieuwe milieuproblemen veroorzaakt.”

Het onderzoek heeft haar eigen kijk op innovatie veranderd. “Ik zie nu hoe een goed onderbouwde wetenschappelijke aanpak niet alleen nieuwe kennis oplevert, maar ook een krachtige basis vormt voor oplossingen die maatschappelijke uitdagingen helpen oplossen.”