Waarom je smartphone meer CO2 uitstoot dan je denkt
Hoe meer landen betrokken zijn bij het maken van een product, hoe meer CO2-uitstoot. Dat blijkt uit onderzoek van masterstudent Karlijn van Dijken (Rijksuniversiteit Groningen), die ruim duizend toeleveringsketens analyseerde. Ironisch genoeg komen haar cijfers precies wanneer Europa de regels versoepelt: bedrijven hoeven straks alleen hun directe leveranciers te controleren, terwijl het echte probleem dieper zit – in de onzichtbare lagen van het productieproces.
Het onzichtbare netwerk achter elk product
“Vroeger waren productieketens simpel en overzichtelijk. Nu zijn het enorme netwerken met duizenden bedrijven wereldwijd”, vertelt Van Dijken. “Die ontwikkeling fascineerde me. Vooral: wat betekent dit voor ons klimaat?”
Haar onderzoek combineert twee werelden die zelden samenkomen: supply chain management en duurzaamheid. Door economische data van 49 regio’s en 163 industrieën over twee decennia te analyseren, ontdekte ze een verontrustend patroon.
Het matroesjka-probleem van moderne ketens
Het probleem waar bedrijven tegenaan lopen, legt Van Dijken uit met een treffende vergelijking. “Zie een toeleveringsketen als een rij matroesjka-poppen. Bedrijven kunnen misschien de eerste laag openen om hun directe leveranciers te zien. Maar daarachter zitten nog talloze andere lagen die onzichtbaar blijven, terwijl hun CO2-uitstoot wel meetelt in het eindproduct.”
Dit ‘onzichtbaarheidsprobleem’ heeft concrete gevolgen. Nieuwe EU-regels zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive vragen bedrijven om hun klimaatimpact te rapporteren. Maar er zit een probleem: de regels gaan vooral over directe leveranciers, niet over alle schakels daarachter. Een voorbeeld: grote multinationals zoals Apple werken met meer dan 180 directe leveranciers in meer dan twintig landen. Daarachter schuilen duizenden subleveranciers waarvan het hoofdbedrijf vaak het bestaan niet eens kent.
Waarom fragmentatie tot meer vervuiling leidt
Van Dijken onderzocht een cruciale vraag: hoe beïnvloedt het verspreiden van productie over verschillende landen de uitstoot van een toeleveringsketen? Het antwoord is helder. “Elke tien cent extra aan geïmporteerde onderdelen per euro eindproduct verhoogt de CO2-uitstoot met 13 tot 15 procent”, legt Van Dijken uit. “Dus als een product voor een euro aan ingevoerde materialen bevat in plaats van 90 cent, stoot de hele keten significant meer CO2 uit.”
Drie factoren verklaren dit verband. Ten eerste kost intercontinentaal transport energie. Ten tweede gebruiken ontwikkelingslanden vaak vervuilendere productieprocessen door gebrek aan schone technologie. Maar de derde factor is misschien wel de belangrijkste: “Hoe complexer het netwerk, hoe minder grip bedrijven hebben op de duurzaamheid van hun leveranciers”, aldus Van Dijken. “Sub-leveranciers in Bangladesh ervaren weinig druk om te vergroenen als het hoofdbedrijf in Nederland niet eens weet dat ze bestaan.”
Van theorie naar supermarktschap
Wat betekent dit voor consumenten? “Als je een smartphone koopt, zie je alleen waar hij is geassembleerd”, legt Van Dijken uit. “Maar de tientallen metalen komen uit mijnen wereldwijd, de camera-onderdelen uit Japan, de processor uit Taiwan, het scherm uit Korea. Elke extra grensovergang maakt het product vervuilender én moeilijker te verduurzamen.”
Nu je dit weet, kun je als consument bedrijven anders beoordelen. “Vraag je af: nemen ze verantwoordelijkheid voor alle schakels in hun keten? Of doen ze alleen wat moet van de wet – hun directe leveranciers controleren? Het antwoord vertelt je wie echt werk maakt van duurzaamheid.”
Ketenverantwoordelijkheid als nieuwe norm
Voor bedrijven die hun klimaatimpact serieus willen aanpakken, heeft Van Dijken een duidelijke boodschap. “De eerste stap is je volledige keten in kaart brengen, inclusief een inschatting van ieders CO2-uitstoot. Pas als je weet wie er allemaal aan je product werken, kun je beginnen met verduurzamen.”
Haar onderzoek toont aan dat de huidige praktijk – waarbij bedrijven alleen hun directe leveranciers aansturen op duurzaamheid – fundamenteel tekortschiet. “Bedrijven verwachten dat hun eerste-lijnsleveranciers de rest wel zullen aansturen, maar in de praktijk gebeurt dit nauwelijks. Het systeem van doorschuiven werkt simpelweg niet.”
Van Dijken, inmiddels productieplanner bij FrieslandCampina, hoopt dat haar onderzoek bedrijven wakker schudt. “We moeten af van het idee dat geografische spreiding alleen maar voordelen heeft. Ja, het verlaagt kosten. Maar de verborgen milieukosten zijn enorm – en die rekening presenteert zich nu.”