Hoe meet je vertrouwen tussen bedrijven in de Rotterdamse haven?
Vertrouwen, gedeelde ambitie en bereidheid om samen te investeren bepalen of grote transities zoals de energietransitie slagen. Masterstudent Jard Swinkels (Erasmus Universiteit Rotterdam) ontwikkelde voor de Port of Rotterdam een praktisch meetsysteem dat deze ‘zachte’ factoren zichtbaar maakt. Door relationele samenwerking systematisch te meten, kunnen havenbedrijven, overheden en bedrijven eerder bijsturen wanneer projecten dreigen vast te lopen – nog voordat het te laat is.
Van gevoel naar meetbare data
De Rotterdamse haven is meer dan Europa’s grootste logistieke hub. Het is een complex ecosysteem waar startups, multinationals, ministeries en kennisinstellingen samen innoveren rond energie, klimaat en digitalisering. In zo’n ecosysteem is goede onderlinge samenwerking essentieel.
“We zien dat organisaties in de haven de kwaliteit van samenwerking vooral afleiden aan harde cijfers, zoals aantal projecten, investeringen en tonnages, maar het is lastig om de relationele laag van zulke grote ecosystemen goed te meten. Die zijn vaak gevoelig, complex en abstract. In de haven wordt nu gewerkt aan een nieuw instrument om dat beter te kunnen doen”, licht Swinkels toe.
De noodzaak om die relationele laag beter te meten illustreert hij met een voorbeeld. “Als een bedrijf plots uit een gezamenlijk innovatieproject stapt, is het eigenlijk al te laat. Dan speelde er vaak al maanden iets onder de oppervlakte – gebrek aan vertrouwen, het gevoel niet serieus genomen te worden, of zorgen over een oneerlijke risicodeling.”
Van theorie naar havenrealiteit
“Ik wilde geen scriptie schrijven die in een la zou belanden, maar werken aan een project dat in de praktijk écht iets zou betekenen,” vertelt hij. “Daarom hoopte ik mijn scriptieonderzoek bij het Havenbedrijf te kunnen doen – ik heb net zo lang gemaild tot ik op gesprek mocht komen.” Uiteindelijk bleek er een gedeelde interesse te zijn: hoe meet je de gezondheid van een innovatie-ecosysteem?
Via de methode Action Design Research ontwikkelde Swinkels samen met havenprofessionals een KPI-framework – een systeem van meetbare prestatie-indicatoren – voor zes relationele factoren: informatiebeveiliging en discretie, publieke perceptie, vertrouwen tussen deelnemers, ambitie en uitvoering, langetermijnvisie, en bereidheid om te investeren. Per factor ontwierp hij meetbare indicatoren zoals de frequentie van conflicten, kennisdeel-activiteiten tussen partners, herhaalde samenwerkingen en percepties van integriteit.
“Het framework werkt als een waterkwaliteitsmeter voor het ecosysteem”, legt Swinkels uit. “Klassieke KPI’s kijken naar de eenden in de vijver – de projecten en bedrijven. Maar als je niet naar het water kijkt, zie je pas dat er iets mis is als de eenden wegvliegen. Relationele KPI’s meten juist die waterkwaliteit: is er genoeg vertrouwen als voeding, hoe troebel is het water van ervaren eerlijkheid, en zit er voldoende zuurstof in de vorm van gedeelde ambitie?”
Daarnaast ontwikkelde Swinkels een praktische handleiding waarmee andere organisaties hun eigen meetsysteem kunnen maken.
Vroege signalen voorkomen latere problemen
Het meetsysteem functioneert als vroeg waarschuwingssysteem. “Wanneer een startup in een gezamenlijk innovatieproject lagere scores geeft voor ervaren eerlijkheid terwijl grote bedrijven nog positief scoren, kunnen partijen direct aan tafel om rolverdeling en risico’s te bespreken. Zo wordt een sluimerend gevoel van oneerlijkheid een aanleiding om bij te sturen, in plaats van een reden om het project te laten vallen.
Tijdens een werksessie bij het Havenbedrijf zei een deelnemer: “Het geeft woorden aan dingen die we voelen, maar normaal niet benoemen.” Die uitspraak raakt volgens Swinkels de kern. “Bedrijven voelen vaak feilloos aan wanneer macht verschuift of vertrouwen afneemt, maar het is moeilijk om dat veilig en neutraal te bespreken.”
Het onderzoek toont aan dat zachte factoren empirisch meetbaar zijn, mits context-specifiek ontwikkeld met de praktijk. “Voor andere organisaties kan het framework als startpunt dienen.”, zegt Swinkels. Hij werkt nu als consultant verder aan het framework. “Voor de toekomst hoop ik dat deze aanpak overslaat naar andere ecosystemen, zodat we grote transities sneller en met meer wederzijds vertrouwen kunnen realiseren.”