Waarom werkt financieel beleid beter in zwakke economieën?
Centrale banken gebruiken steeds vaker ‘macroprudentieel beleid’ om financiële crises te voorkomen. Maar één maat past niet iedereen, ontdekte masterstudent Francisco Botero. Hij analyseerde gegevens van ruim 6 miljoen bedrijven en kwam tot een verrassende conclusie: deze maatregelen werken juist het best in landen met zwakke instituties.
Sinds de financiële crisis van 2008 proberen toezichthouders wereldwijd nieuwe zeepbellen te voorkomen. Ze gebruiken daarvoor macroprudentieel beleid (MaP): regels die banken dwingen voorzichtiger te zijn met kredietverlening. Concreet betekent dit dat banken bijvoorbeeld meer eigen geld achter de hand moeten houden voor slechte tijden (hogere kapitaalbuffers). Of dat mensen niet meer dan een bepaald percentage van hun woningwaarde mogen lenen (strengere hypotheeknormen). Maar hoe beïnvloeden deze maatregelen individuele bedrijven? En waarom werken ze in het ene land beter dan in het andere?
De zoektocht naar balans
‘Tijdens mijn studie raakte ik gefascineerd door wat er gebeurt als banken te snel te veel geld uitlenen’, vertelt Francisco Botero, die twee masteropleidingen voltooide aan de Rijksuniversiteit Groningen: Finance én Economic Development & Growth. ‘Als bedrijven en consumenten te makkelijk geld kunnen lenen, ontstaan er zeepbellen die uiteindelijk kunnen barsten – met financiële instabiliteit en recessies als gevolg. Krediet is essentieel voor gezonde, inclusieve groei, dus het is belangrijk die balans goed te krijgen. Maar we wisten nog te weinig over hoe dit beleid uitpakt voor individuele bedrijven.’
Die kennislacune vulde Botero met de grootste dataset die ooit voor dit onderzoek is gebruikt: meer dan 6,25 miljoen bedrijven in 44 landen, over een periode van vijftien jaar. Hij onderzocht hoe bedrijfskenmerken zoals leeftijd, grootte en winstgevendheid de impact van macroprudentieel beleid beïnvloeden.
Verrassende uitkomsten
Een van de meest opvallende bevindingen: het beleid werkt juist beter in landen met zwakke instituties en minder ontwikkelde financiële markten. ‘Deze beleidsmaatregelen zijn als een autogordel’, legt Botero uit. ‘In een land met zwakke instituties is het financiële systeem als een auto zonder gordels of airbags. Als de overheid dan iedereen verplicht een gordel te dragen, maakt dat een enorm verschil. De banken moeten plotseling verstandige regels volgen, zoals stresstests uitvoeren en geld opzij zetten voor slechte tijden.’
In landen met sterke instituties is het effect minder dramatisch. ‘Dat is als een auto die al goede airbags en veiligheidssystemen heeft. Een extra gordel is nog steeds goed, maar verandert het algehele veiligheidsniveau niet zo drastisch.’
Goed nieuws voor ondernemers
Voor het Nederlandse mkb heeft Botero geruststellend nieuws. ‘Wanneer toezichthouders de regels aanscherpen om het financiële systeem stabiel te houden, heeft dat geen significant negatief effect op het krediet voor kleinere bedrijven. Ondernemers kunnen dus gerust zijn.’
Sterker nog: wanneer beleidsmakers krediet juist toegankelijker maken – vaak om de economie te stimuleren – heeft dat een krachtig positief effect op kleinere, jongere bedrijven. ‘Voor ondernemers kan dit betekenen dat ze betere toegang krijgen tot de financiering die ze nodig hebben om te starten, groeien en innoveren.’
Maatwerk is essentieel
Het onderzoek toont aan dat beleidsmakers rekening moeten houden met hun lokale context. ‘Landen moeten hun instrumenten afstemmen op de nationale institutionele omgeving en hoe hun bankensector in elkaar zit’, benadrukt Botero. ‘In landen met zwakkere instituties kan macroprudentieel beleid een cruciale stabiliserende rol spelen. Het werkt daar als een vangnet: waar banken normaal gesproken niet goed kunnen inschatten of een bedrijf kredietwaardig is, of waar geen goede regels zijn voor wat er gebeurt als een bedrijf failliet gaat, dwingen deze maatregelen banken om voorzichtiger te zijn.’
Zijn boodschap aan beleidsmakers is helder: ‘Begrijp dat de impact van deze maatregelen niet overal hetzelfde is. Hun succes hangt af van de specifieke kenmerken van het lokale bedrijfsleven, de bankenmarkt en de institutionele omgeving van het land.’
Uitgelichte citaten:
- “Krediet is essentieel voor gezonde, inclusieve groei, dus het is belangrijk die balans goed te krijgen.”
- “Deze beleidsmaatregelen zijn als een autogordel in een auto zonder airbags.”
- “Ondernemers kunnen betere toegang krijgen tot financiering om te starten, groeien en innoveren.”