Ondersteuning voor werkgever helpt mensen met beperking beter aan werk dan trainingen
Werkgevers aarzelen vaak om mensen met een beperking aan te nemen. Europees onderzoek laat nu zien welk beleid écht verschil maakt: maatregelen die werkgevers ondersteunen, zoals loonsubsidies, blijken effectiever dan trainingen voor werkzoekenden met een beperking. “Het wegnemen van drempels voor werkgevers is cruciaal,” zegt masterstudent Bas Kraan van de Universiteit Utrecht.
In de Europese Unie hebben mensen met een beperking veel minder vaak een baan dan mensen zonder beperking. Deze kloof bestaat al jaren en wordt nauwelijks kleiner, ondanks verschillende beleidsmaatregelen. Bas Kraan onderzocht voor zijn master welk overheidsbeleid daadwerkelijk werkt om meer mensen met een beperking aan het werk te helpen.
Persoonlijke motivatie
Voor Kraan is het onderwerp meer dan academische interesse. Hij is vanaf zijn geboorte zelf slechtziend. Op dit moment ziet hij nog 5 tot 10 procent met zijn linkeroog en alleen licht en donker met zijn rechteroog. “Toen ik aan het einde van mijn studie begon met solliciteren, wist ik dat dit extra uitdaging voor mij zou worden,” vertelt hij. “Van mensen met een visuele beperking heeft slechts 30 procent een betaalde baan.”
Tijdens een revalidatietraject hoorde hij verhalen van anderen met een visuele beperking. “Mensen vertelden hoe lastig het is om te studeren of werken als je lang moet wachten op hulpmiddelen. Of hoe moeilijk het is om na plotseling zichtverlies een nieuwe baan te vinden. Die gesprekken raakten mij en motiveerden me om dit onderwerp te onderzoeken.”
Drie soorten beleid vergeleken
Kraan analyseerde gegevens van 29 Europese landen tussen 2005 en 2022. Hij keek naar drie typen arbeidsmarktbeleid:
- Uitkeringen: inkomensondersteuning voor wie niet of beperkt kan werken
- Activeringsbeleid: hulp bij het vinden van werk, van trainingen tot loonsubsidies
- Toegankelijkheidsmaatregelen: aanpassingen in de werkomgeving en hulpmiddelen
Door de cijfers over achttien jaar te volgen, kon hij niet alleen landen vergelijken maar ook veranderingen in de tijd zien.
Beleid gericht op werkgever werkt beter
“Mijn onderzoek laat een duidelijk patroon zien,” zegt Kraan. “Beleid dat werkgevers ondersteunt bij het aannemen van mensen met een beperking – bijvoorbeeld door loonkostensubsidies of het beschikbaar stellen van praktische kennis en begeleiding – verkleint het verschil tussen mensen met en zonder beperking het meest.” De reden is volgens hem helder: “Door werkgevers te ontzorgen, bijvoorbeeld via financiële ondersteuning of door duidelijk te maken welke aanpassingen mogelijk zijn, wordt de drempel lager om iemand met een beperking een kans te geven.”
Trainingen voor werkzoekenden met een beperking blijken daarentegen minder effectief. “Een Excel-cursus waarbij de docent opdrachten voordoet op een groot scherm werkt niet voor iemand met een visuele beperking,” legt Kraan uit. “Deze persoon kan daar veel minder van leren. Het is vaak effectiever om de werkgever in staat te stellen om in de praktijk te ontdekken wat iemand kan bijdragen.”
Toegankelijke werkomgeving cruciaal
Ook het aanpassen van werkplekken blijkt belangrijk. “Maatregelen die de werkomgeving toegankelijker maken helpen sterk bij het verkleinen van het verschil. Dit gaat verder dan alleen toegankelijke gebouwen of digitale systemen: het draait ook om de toegankelijkheid van het werk zelf. Denk aan flexibele werktijden, thuiswerkopties en het aanpassen van taken aan iemands sterke punten. In plaats van te vragen: ‘Voldoet deze kandidaat met een beperking aan de eisen van deze specifieke vacature?’, zouden werkgevers zich ook kunnen afvragen: ‘Past deze persoon bij onze organisatie? En dan zoeken wij de juiste functie er later bij.’”
Niet iedereen profiteert evenveel
De positieve effecten van beleid zijn het grootst voor mensen met een zware beperking en voor mannen. “Mensen met een beperking zijn geen homogene groep,” benadrukt Kraan. “Beleid werkt beter als het is afgestemd op het type beperking en op verschillen tussen mannen en vrouwen.”
Hoop op verandering
Kraan hoopt dat zijn onderzoek beleidsmakers aanzet tot meer gericht beleid. “In plaats van mensen met een beperking onder te brengen bij ‘kwetsbare werkzoekenden’, zou beleid zich specifiek moeten richten op hun unieke uitdagingen en talenten.”
Hij werkt nu als trainee bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Ik hoop dat we het verschil in arbeidsparticipatie kunnen verkleinen en de arbeidsmarkt eerlijker maken – niet alleen in Nederland, maar ook internationaal.”
Drie krachtige citaten:
“Mensen met een beperking zijn geen homogene groep en hebben specifiek beleid nodig.”
“Echte toegankelijkheid gaat verder dan toegankelijke gebouwen en digitale systemen: het betekent ook dat werk wordt ingericht rond iemands kwaliteiten.”
“Dankzij loonsubsidies kunnen werkgevers ontdekken wat iemand kan, zonder daarbij het volledige financiële risico te dragen.”
Over Bas
Dit onderzoek werd uitgevoerd door Bas Kraan. Hij studeerde Economics & Business Economics aan de Universiteit Utrecht en behaalde daar zijn bachelor. Vervolgens volgde hij een master in Law & Economics en een tweede master in Economic Policy, beide aan dezelfde universiteit. Door zijn eigen ervaring als slechtziende persoon raakte hij geïnteresseerd in arbeidsmarktvraagstukken.
Tijdens zijn tijd bij revalidatiecentrum Visio Het Loo Erf ontmoette Bas veel mensen met een visuele beperking die worstelden met het vinden van werk. Deze gesprekken motiveerden hem om onderzoek te doen naar hoe overheidsbeleid de arbeidsparticipatie van mensen met een beperking kan verbeteren. Hij onderzocht de effecten van verschillende beleidsmaatregelen in 29 Europese landen over de periode 2005-2022.
Momenteel werkt Bas als BoFEB-trainee bij de directie Participatie en Decentrale Voorzieningen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze functie sluit perfect aan bij zijn onderzoek en persoonlijke drive om de arbeidsmarkt inclusiever te maken. Hij wil zijn kennis inzetten om beleid te ontwikkelen dat mensen met een beperking betere kansen biedt op de arbeidsmarkt.